‘Ònbeskòft’


,,Señora bontardi, mi por a haña un saku di papel?”, vraag ik wanneer het mijn beurt is bij de kassa. De kassajuffrouw kijkt me niet aan. Niets wijst erop dat ze me gehoord heeft, want ze reageert niet. Ik herhaal dus de vraag, maar eerst groet ik haar nadrukkelijk. ,,BON-TAR-DI!” Ze slaat haar blik op en kijkt me verveeld aan, maar nog steeds zegt ze niks. ,,Mi por a haña un saku di papel?” (Mag ik een papieren zak?) Met duidelijke tegenzin pakt ze een bruine papieren zak van onder de toonbank en gooit het zowat naar me toe.

Het fenomeen ‘chagrijnige kassajuffrouw’ is voor mij altijd een groot mysterie geweest. Ik heb nooit kunnen begrijpen hoe iemand die duidelijk geen zin heeft om daar te zijn – en waarvan de afkeer er bijna vanaf druipt – achter een kassa kan zitten om klanten te bedienen. Het gaat overigens niet alleen om kassajuffrouwen die vaak geen zin hebben in het werk, maar om verschillende krachten wiens taak het is de klant te bedienen. Waar vroeger de gouden regel ‘De klant is koning’ gold, geldt nu vaak ‘De klant kan in de stront zakken’.

koning

Begrijp me niet verkeerd, er zijn er genoeg die je wél met een glimlach verwelkomen en altijd klaar staan om je te hulp te schieten. Maar helaas lijkt het aantal dat weg probeert te rennen wanneer ze je zien aankomen zodat je ze niet lastig valt, met de dag toe te nemen.

Een meisje dat in een supermarkt de vakken vult, zei een keertje ‘haaagggttt’ tegen me toen ik vroeg waar ik iets kon vinden. Ik dacht dat ik het niet goed had verstaan, dus vroeg ik nietsvermoedend: ,,Ablief?” Toen ze me echter aankeek, realiseerde ik me dat ik haar wel degelijk goed had verstaan. Ze ‘chiewde’ naar me en zonder me te antwoorden schreeuwde ze naar een collega ,,Bo por bin yuda’ki?” (Kan je hier komen helpen?) Stomverbaasd bleef ik staan en keek haar als een idioot met een wijd opengesperde mond aan. Zonder me aan te kijken, hervatte ze haar werkzaamheden en met een wegwuivend handgebaar – als om te zeggen ‘dònder òp’ – zei ze: ,,E ta yuda’bo.” (Zij gaat je helpen).

judeska

De vrouwelijke vakkenvuller deed me denken aan Judèska, het typetje van Jandino Asporaat, die aan de kassa werkt bij FC Kip. Ze staat in direct contact met de klant, maar is zo brutaal en onbeschoft als maar kan. Iedereen die iets bestelt of iets vraagt is volgens haar ‘ònbeskòft’ en ‘idioot’, of heeft een ‘graftakken face’.

onbeskoft

Vorige week moest ik bij een fastfoodrestaurant op de parkeerplaats wachten zodat ze mijn bestelling konden klaarmaken. Toen de medewerker na ruim tien minuten wachten eindelijk kwam aanzetten, vroeg ik haar of ze even kon wachten zodat ik de bestelling kon controleren. Ik controleerde de inhoud en ja hoor…de bestelling was verkeerd. Ik gaf dat aan waarna de dame zei: ,,Aino señora. Bo ta buta’mi bai paden pa mi kana bin bèk atrobe?” (Ainee mevrouw. Nu moet ik naar binnen om vervolgens weer naar buiten te lopen?”) Erachteraan volgde direct: ,,Chiew.”

Normaal weet ik me geen raad met zo’n houding, maar dit keer kon ik het toch echt niet laten. Ik keek haar aan, zei: ,,Si jùffrou, danki.” En vervolgens: ,,Ònbeskòft!”