Papiá di kaya (straattaal)


Twee oude vrienden komen elkaar op straat tegen: ,,Awó, mi bròder”, zegt de een. ,,Ki wega tin anto?” De ander antwoordt: ,,Ai bo mes sa, rùtte wa. Kaki.” Net zo snel als ze elkaar hebben gegroet, nemen ze weer afscheid: ,,Bai rùsteg”, zegt de ene, waarop de andere vriend antwoordt: ,,Sè swa. Mi ta primi riba bo despues.”

Een korte groet waarmee alles is gezegd. Hoewel de woorden – indien letterlijk vertaald – degene die alleen de basis van het Papiaments beheerst, makkelijk op een dwaalspoor zouden kunnen zetten, wordt in bovenstaande zinnen simpelweg gezegd: ,,Hey vriend, hoe gaat het met je?” De andere vriend zegt: ,,Ach je weet wel, rustig. Alles gaat goed.” Om afscheid te nemen zegt de eerste: ,,Doe rustig aan hè”. En de andere vriend antwoordt weer: ,,Ja man. Ik bel je later.”

Het leuke van de Papiamentse taal is dat deze op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd. Als de bovenstaande zinnen bijvoorbeeld letterlijk naar het Nederlands zouden worden vertaald, zou er worden gezegd: ,,Nu, mijn broer. Wat voor spel is er dan?” ,,Ach je weet wel, rustig, zie je.” Als afscheid: ,,Ga rustig.” ,,Ja zwager. Ik druk later op je.”

Papiamentu-1

Een taal is constant in ontwikkeling, zo ook het Papiaments. Nieuwe woorden – waar vorige generaties nimmer van hebben gehoord of die alleen in een bepaalde context hebben gekend – krijgen een compleet nieuwe betekenis. Straattaal op Curaçao is een bijzonder fenomeen en is niet iets dat door iedereen begrepen kan/zal worden. Het woord voor boos is in het Papiaments bijvoorbeeld ‘rabiá’. Maar als je iemand in ‘straattaal’ vraagt of hij ergens klaar voor is, zegt hij ook: ,,Rabiá rabiá nos ta, no papia nada!” De persoon in kwestie geeft hiermee aan er helemaal klaar voor te zijn. De onwetende toehoorder zou echter begrijpen dat deze persoon heel boos is en dat hij niet wil dat de ander nog iets anders zegt.

Papiamentu-3

Er zijn een heleboel manieren om iemand te vragen hoe het gaat. Bekend is reeds ‘kontá?’ of ‘kumbai?’, maar ook populair zijn ‘ki b’a hasi?’, ‘ki wega tin anto?’ of ‘kiko ta kiko?’. Om aan te geven dat het goed met je gaat, kan je simpelweg zeggen ‘bon’, maar je kan ook woorden gebruiken zoals ‘kèm’ of ‘kaki’. Wanneer je ergens vertrekt, zegt men vaak ‘mi ta bai’, maar tegenwoordig wordt ook gezegd ‘mi ta laga kai’, of ‘mi tei kibra kos’.

Als je moet oppassen, moet je ‘wak bo kaya’ en wanneer je iemand vraagt waar hij mee bezig is, dan wil je weten ‘riba kiko bo ta?’. Wanneer iemand rijk is, is die persoon ‘bon duru’ en als iemand je een roddel moet vertellen, dan zeg je tegen die persoon ‘bash’abou’. Als je iemand tegenkomt die je heel lang niet hebt gezien, roep je ‘masha ten’, en om iemand duidelijk te maken dat iets niet haalbaar is, zeg je: ,,E ko’i un ta bira nada sua.” Probeer je de aandacht van iemand te trekken? Zeg dan even ‘awo, wa’ no’ en het woord ‘figo’ gebruik je om aan te geven dat iets goed is.
,,Bo ta pasa busk’ami na trabou?” (Haal je me op van het werk?). ,,Figo.”

Papiamentu-2

Indrukwekkend hoe reeds bestaande woorden een totaal nieuwe betekenis krijgen, indien ze in een andere context worden geplaatst. Dat maakt het Papiaments zo uniek. Wanneer je in het Papiaments ‘rabiá’ zegt, heeft het verschillende betekenissen. In het Nederlands is boos gewoon boos…