Het is maar een kinderfeest.


Ik wilde het gaan hebben over de zwarte pieten discussie.

Wist alleen niet waar ik moest beginnen. Zou ik het hebben over Sylvana. Dat ik ook Sylvana ben. Dat het niet gaat over Sylvana, maar dat ik toch even wil zeggen dat ik haar supermasterlijk vindt en totaal niet irritant. Dat ik me nog steeds verbaas over de racistische, minachtende en bedreigende posts van toch op het eerste gezicht normale mensen.

Een cruiseschip vertrekt toeterend uit de haven van Bonaire en haalt me ironisch gezien met dat geluid weer naar afgelopen zaterdag.

Ik was aan het nagenieten van mijn blauwe plekken die ik opliep tijdens de selfdefence workshop van Daniel Jung, toen ik het hoorde. Toeters. Vanaf de zee. Ik keek vanuit het raam en zag wat de origine was van het kabaal. Twee boten vol pietjes. Ik keek goed en nog eens en ik kon geen gekleurde piet bekennen. Allemaal zwart. Die zag ik althans. Das dan weer het voordeel van zwart zijn. Men ziet je van ver. Dat was een grap. Niet echt grappig, maar deze grap wordt nog steeds gemaakt. Ook grappen dat je tijdens in de discotheek de vraag krijgt of je nog pepernoten hebt. Dat soort grappen. Net zulke grappen als die ten tijde van de bolletjesslikkers, maar die pikten we allemaal niet. Over zwarte piet weer wel. Apart.

images-1

Van ver. Mijn hart klopte zo ergens in mijn kroesharen. Ik wilde naar buiten rennen met een t-shirt met daarop “zwarte piet is rascistisch”. Of beter een groot pamflet met dit keer niet “ minder Nederlanders”, maar “ ik ben ook Sylvana”. Ik wilde daar gaan staan en uitleggen, desnoods in mijn eentje, waar ik voor sta en waarom zwarte piet gewoon echt niet meer kan.  Trouwens, men wilt hier minder Nederlanders, maar wel vasthouden aan een Nederlandse traditie. Bijzonder pijnlijk. Dat ik ook van ver kom en het vroeger helemaal niet snapte. Dat tumult. Doe niet zo raar, dit vieren we altijd. Ik voel me niet gediscrimineerd. Of nog erger. Ik zie geen kleur.

Ik wilde daar gaan staan met een witgeschminkt hoofd, een ronde bal aan mijn voet. Vastgeketend, vastgeklemd. En dan gaan uitleggen dat deze traditie uit een periode komt die niks met een kinderfeest te maken heeft. Dat het niet oké is dat we in deze moderne tijd nog steeds toelaten dat onze eigen kleur op een clowneske, banale en discriminerende manier wordt gepotreteerd. Niet eens. In your face. In your blackface.

Ik wilde. En toch doe ik het niet. Uit angst. Dat er raar naar je gekeken wordt. Daar heb je weer zo’n vrouw, die heeft gestudeerd en denkt het weer beter te weten. Dat een wit persoon het niet ziet. Nog niet ziet……maar jij. Je herkent die blackface toch?  je ziet toch dat het niet klopt. Niet hoort? Ik ben een rebel. Zeg ik altijd tegen mezelf. Een soort Tula, een Pippi Langkous. Een. …Toch doe ik het niet. Ik blijf binnen. Wil er niet meer geconfronteerd worden.

 Tijdens het schrijven van deze blog, bel ik met een dierbare. Ik vertel haar dat ik het over de zwarte pieten discussie ga hebben. Ze wilde me niet aanhoren. Had besloten om niet meer de discussie aan te gaan over religie, politiek en over zwarte piet. Ik wil ook geen discussie. Ik wil het alleen aan je voorlezen. Mensen gaan je blog niet lezen Djenn.

naast-zwarte-piet-gekleurde-pieten-in-sinterklaasjournaal

 Ik wilde het gaan hebben over het feit dat het voor velen een kinderfeest is en dat we er niet met onze volwassen ogen naar moeten kijken. Laat het feest een feest zijn voor de kinderen. Het is een kinderfeest. Het is maar een kinderfeest. Trek je er niet zoveel van aan. Het is gewoon iets wat we altijd vieren. Het is…Dat kan je niet zomaar veranderen of verbieden. Laat elke streek of dorp of land of eiland hier zelf naar kijken. We kunnen als overheid een faciliterende rol hebben. Dat is lekker makkelijk. Nostalgie. Van vroeger. Samenzijn. Het staat voor gezelligheid, familie. Voor liefde, voor dierbaarheid. Het is een kinderfeest. Daar moeten wij als volwassenen niks over zeggen. Hou op met het verzieken van een traditie,die je als kind zelf heb meegemaakt.

Maar echt.

Sinds wanneer zijn we zo kindgericht?

Doen we wat onze kinderen willen?

Kinderen hebben nooit iets te zeggen.

Er wordt voor hen bepaald. Besloten. Met onze volwassen ogen. Onze waarde en normen. Onze grenzen en begrenzingen.Ze zijn verplicht om met hun ouders samen te wonen.Of ze moeten het zo bont maken dat ze uit huis worden geplaatst.Na negen maanden, doe je je ogen open en kijkt je  recht in de ogen van je ouders.Niemand die je vraagt of je dat wel leuk vindt.Je kan niet kiezen.Geen auditie. Geen sollicitatiebrief voor ouderschap.Je moet er maar mee leven.Tot je 18 bent. Dan kan je in ieder geval het huis uit.Nee, ik wil niet weg…ik moet alleen gaan studeren en dat kan niet hier.Belangen van onze kinderen staan helemaal niet op nummer 1. Ook niet twee of drie. Ooit gehoord van de rechten van het kind? Wat staat erin dan? Je moet naar deze school. Je moet dit eten. Je moet voetballen of naar dansles.

Je moet. Je moet. Je moet.

Tijdens de opvoeding wordt er een hoop verwacht, verplicht aan onze kinderen, maar als we het over zwarte piet hebben en er samen als volwassene een alternatief op vinden.

Nee, het is een kinderfeest.

Nee, een kind ziet geen kleur en geen rascisme en fascisme en ook geen een dictatuur. Weet ook niet het verschil tussen een Manzalinja vrucht en een kenepa.

Het wilt alleen maar feesten. Dat kan ook met iets meer kleur.

 

Zo dat is eruit. Niet iedereen zal dit helemaal hebben gelezen. Het zal weer gezeur zijn. Dan is het maar zo. Mag. Ik wacht. Ik heb geduld.

Advertenties