Pak die haarspullen en kom zitten’


Mama: ‘Ruminaily, basta awo! Sali foi dje banjo’.

‘Ik ben al klaar. Mama, kunt u alstublieft mijn handdoek voor mij pakken’, riep ik terwijl ik de kraan snel dichtdraaide.

Mama: ‘Wardami aworaki paso mi ta bezig. Hoezo vergeet je, je handdoek altijd’? Elke ochtend, voordat ik naar school ging had ik hetzelfde ritueel. Wakker worden. Douchen. Aankleden. Haren kammen. Rillend van de kou, nam ik mijn handdoek aan en liep ik naar mijn slaapkamer waar mijn moeder dan altijd mijn bed in de tussentijd had opgemaakt. Op bed lagen mijn schoolkleren, netjes uitgespreid. Mijn ondergoed matchde altijd met mijn sokken en mijn kleren, altijd met mijn haar. Ja, met mijn haar… althans de dingen in mijn haar.

Mama: ‘Kue e kaha di bo koi kabeinan anto bin sinta’. Ja, ik had zo’n doorzichtige opbergbak van de Blokker of zo een emmer waar de Toko zijn zoutvlees in bewaarde, vol met haarspullen uit Curaçao! Van bala-balas of pong pongs, tot aan vlinderklepjes en strikjes. Elke kleur haarbandje tot aan my little pony haarspelden. Ik had letterlijk alle kleuren zakdoeken. Die gebruikte mijn moeder in mijn haar als zij zo een hoge bol (aka hoge knot) voor mij maakte. Ze wikkelde dan deze zakdoek, om mijn bol heen. Van kraaltjes tot aan elastiekjes. Deze werden vaak gebruikt als mijn nicht of een vriendin van mijn moeder, mijn haar ging gini-reren. Fascinerend eigenlijk, nu ik hieraan terugdenk. Iedere keer wanneer een familielid of een kennis van de familie vanuit Curaçao kwam, kreeg ik minimaal 10 nieuwe haar- accessoires erbij. Ook kreeg ik dan van die 8 kammen in een pak, en van die haarborstels met stevige haren. #LiveVanuitCuracao, dat maakte het extra speciaal… en al die spullen zouden mijn haar extra mooi maken.

Mama: ‘E peña ku e skèiru awo? Waar zijn die? En vergeet die vet niet’!

Oja, vergeten!

Snel rende ik naar de badkamer op zoek naar een kam, een haarborstel en haarvet.

Ik: Mama, ik kan die kam niet vinden.

Meestal kamde ik de haren van mijn barbiepoppen met mijn haarkam en vond ik het altijd vreselijk als ik die niet had terug gelegd. Dat had meestal het gevolg dat mijn moeder mij schreeuwde en een oude kam pakte waarvan enkele punten, stuk waren. Wat een pijn deed dat altijd, ondanks de missende punten.

Mama: ‘Ang, atele aki. Bin sinta’.

Mijn haarborstels zaten altijd vol met oud haar. Dat maakte dat hij goed zijn werk deed, zei mijn moeder altijd. Mijn moeder zat aan het rand van haar bed. Ik drukte de t.v. aan, zette een kinderkanaal op en ging tussen de benen van mijn moeder zitten met mijn haarbak. De kam, haarborstel en het haarvet naast haar.

Mama: ‘Mi no por ku bo kabei, no. Bo tin muchu diki kabei pa mi por peña fasil asina’. Teveel haar. Te dik haar. Eraan trekken en rekken zodat het goed zat. Goed PLAT zat! Geen enkel haartje mocht eruit springen. Zo strak moest mijn paardenstaart zijn. Soms wel zo strak, dat het haarbandje terugkaatste of brak. Dan begon die nachtmerrie opnieuw. Het kammen en het strak naar achteren borstelen. Een nachtmerrie omdat die kam, niet voor mijn textuur haar was gemaakt. En een borstel die soms keihard uitschoot over mijn voorhoofd, zodat zelfs mijn babyhaartjes, niets van zich lieten zien. En als mijn haar echt niet wilde, vulde mijn moeder een bekertje met water waarin zij wat conditioner erin had gedaan. Dat hielp soms wel. Na het kammen kon ik dan ook niet lachen. Zo strak zat mijn haar vast. 30 minuten later was ik dan ook eindelijk klaar.

Mama: ‘Si. Hombu. Bo ta kla. Bo ta mira kon nechi bo ta awo. Laga mi mes bai drecha awor’.

Na het kammen, liep ik altijd naar de spiegel. Eindelijk zat mijn haar goed. Eindelijk zat mijn haar mooi. Ik was eindelijk mooi… toch?


Guestblog van Ruminaily Alberto Ruminaily deelt haar haarverhalen met ons i.v.m. haar deelname naar Miss blackhair.