Ik zal oud worden met tanden in mijn mond.


oma 5

Ik zal oud worden met tanden in mijn mond.

In mijn eigen huis. Met mijn geliefde naast me.

Zonder kinderen. Geen kindergelach.

Met rimpels. Groeven in mijn gezicht.

Van pijn, van gelach, van weemoed, van vergankelijkheid.

 

Ik zal oud worden, omdat het jonger niet kan.

Is ook niet mijn streven.

De uiterlijke eeuwige jeugd is zo mooi nog niet.

Vastgeklemd. Jong in een oud lichaam.

 

Hoe mooi is oud.

Vlekken die groter worden.

Botten die zichtbaarder zijn.

Aders die bijna openspringen.

 

Rode lippenstift.

Een gele jurk. Sportschoenen.

Donkerbruine ceintuur om al mijn botjes bij elkaar te houden.

 

oma 2
Enter a caption

 

Ik heb geleefd. Wat heb ik geleefd.

Wat leef ik? Ik leef.

 

Gereisd. Onbekende paden bewandeld.

Niet bemind. Moeilijk. Onverhard. Verstaanbaar. Vergaanbaar. Ondergaan.

 

Mijn adem ingehouden.

Drie tellen in. Acht tellen uit.

Ik voel mijn oor.

Ik hoor mijn hart.

 

Ik leer. Laat gaan. Laat los. Hou vol. Hou tegen. Ik leer. Ik verbeter. Ik herleer.

Van iemand houden. Intens. Hemels gevreeën. Ik vrij nog steeds.

 

Bewegingen die langzamer worden.

Langzamer en intenser. Intenser en pijnlijker.

Bewegingen die ophouden.

Een traan.

oma 3

Niet in een hoek, maar goed uit de hoek komen.

Met verstand. Met mijn volle verstand.

Mijn verstand. Altijd bij me. Laat me niet gaan.

 

En niet wachten op, maar leven naar.

In uitbundigheid, in vertrouwen. In liefde. In laten gaan.

Mooie gesprekken. Nieuwe ontmoetingen. Oude vriendinnen.

 

Ik zal oud worden met tanden in mijn mond.

Schrijven, schrijven tot het eind.

Praten, praten tot het eind.

Lief hebben, lief hebben tot het eind.

Open. Open tot het eind.

oma4

 

Advertenties