Vier leguanen.


Bij het vliegveld staan we ze op te wachten.

Onze eerste lading toeristen.

Twaalf in totaal. Zes Nederlanders met koffers volgestouwd met hagelslag met pindakaas -bij de Aldi zijn ze toch goedkoper dan Van der Tweel-, twee Duitsers, een Belg die zo attent was om bonbons mee te nemen, een Fransman en twee Antilliaanse juppen, werkzaam bij Zuid As in Amsterdam.

Het is maar om het beeld duidelijk te krijgen. Er volgt hierna geen grap tussen de Nederlander en de Belg, noch tussen de Duitser en de Nederlander. Gewoon voor het beeld. Voor een beetje drama. Misschien vind je het waardeloos, misschien ook niet. Dacht, ik doe het toch. Voor het beeld.

We staan ze dus op te wachten, want vandaag gaan we voor het eerst een ‘sight seeing tour’ geven. In een bus, zonder toilet. Een microfoon, die het niet altijd even goed doet.

Je zou denken dat we langs de Penha zullen rijden, een stop zullen maken bij Kurá Hulanda. Misschien ook een vluchtige blik op de Emmabrug en als het kan heel misschien een dolfijnenshow bij Sea Aquarium. Dat wordt het dus allemaal niet. Deze toeristen zijn namelijk op zoek naar het echte leven. Wat er zich hier afspeelt. Hoe rauwer hoe beter.

We starten de tour en beginnen te rijden. De aanwijzingen volgen snel en worden gecombineerd met zware rapmuziek van lokale rappers. Natuurlijk wordt er ook vermeld dat een aantal van die rappers nu al ‘Gone to soon’ ‘Rest in peace’ ‘Gone but never forgotten’ zijn.

“Aan linkerkant ziet u onze welbefaamde hoerentent. Dit is de enige legale. Als u goed kijkt, ziet u daar een kruis met vijf rode rozen”. Hier is Samburo vermoord. Een passionele moord. Samburo wilde op de desbetreffende dag niet betalen en werd met zestig messteken om het leven gebracht door Ana Sofia. We nemen hier een 5 minuten stop om foto’s te maken en gaan dan door. De rode rozen kunnen gebruikt worden als echte ‘snapchat’ kroontjes”.

Hierna vervolgen we onze tour. De toeristen kijken hun ogen uit. Dit hebben ze alleen maar in films gezien. Zoveel armoede, bedelende kinderen. Drugsverkopers die openlijk hun voorraad verkopen in karretjes en bij de stoplichten staan. Ze hebben dan namelijk precies 32 seconden  en dat is ook precies wat ze nodig hebben. De twee Antilliaanse toeristen snappen het niet. Ze zijn dan wel na hun studie in Nederland blijven plakken, maar dit hadden ze niet verwacht.

De volgende stop.  De bus stopt aan de kant van de weg. Naast een grote zware deur. Aan beide kanten een hoge muur. Ernaast een bewakershuisje.

“We hebben toestemming gekregen om voor tien minuten naar binnen te gaan. Dit zijn luxe gevangenissen. Deze gevangenissen waren er altijd, maar het aantal is in de laatste tien jaren gestegen van 150 naar 1760. Zijn niet voor iedereen weggelegd. Vreemden komen hier niet binnen. De veiligheid is hier gegarandeerd en dit zit zie je ook aan het prijskaartje”. De Nederlanders zijn helemaal enthousiast. Het lijkt op het Gooi, maar dan veel mooier, juichen ze toe. Het is er wel verdacht stil. Wordt er wel geleefd hier?

Na tien minuten staat de bus weer buiten het poort, met brochures, amuses en champagne. Toch een leuk spot. Even wat anders.

De pret mocht niet baten. Er wordt hard gebonkt op de bus. De au-pairs hebben nu namelijk pauze en willen een lift. De toeristen kijken me met droevige poppenoogjes aan. “Hier beginnen we niet aan. Ik trap er niet meer in”. “Als je de deur opendoet voor één immigrant, moet dat dan ook voor alle anderen”. “Vol is vol”.

We hebben nog een laatste stop en het begint al wat donker te worden. Heuvel op heuvel af. Hier nog een rotonde. Daar nog een rood stoplicht. De grote brug overheen. Nee, we stoppen niet om foto’s te maken. Te donker, te oninteressant. “Als je een ansichtkaart koopt van de Julianabrug en maak daar een foto van, ben je er ook geweest”. Meteen eerste stoplichten naar rechts. We zijn er bijna. De laatste mededeling volgt: “ guys, we zijn bijna bij onze laatste stop, maar voordat we hier aankomen, wil ik nog een aantal aanwijzingen geven. Onder jouw stoel vindt je een kogelvrij vest en een zaklantaarn. De vest is ‘one size fits most’, dus succes. Doe je vest aan, doe de zaklantaarn aan en hou je telefoon, camera en verrekijker gereed. Jullie krijgen zometeen een kwartier de tijd. De bus staat bij de witte begraafplaats aan de overkant”.

De bus begint weer te rijden. Het lijkt net carnaval. Overal staan er mensen op straat, gehuil, geschreeuw, keiharde rapmuziek. Politie agenten, die het publiek sommeert om aan de kant te gaan, zodat zij hun werk kunnen doen. Gele lintjes. Overal gele lintjes. Kinderen.  Kinderen. Ambulance medewerkers, die nog tevergeefs wat proberen. Een priester, die voelt dat dit het moment is om de menigte toe te spreken. Als de groep dichterbij komt ziet men het goed. Er liggen vier mensen op de grond. Overal bloed. Uit hun ogen, neus. Overal bloed. Als vier opengereten leguanan liggen ze daar. Vier. Vier zonen van moeders. Vier ooms van neven. Vier peetooms van peetkinderen.

Men kijkt en kijkt en kijkt nog eens. Wat op het netvlies zit, veeg je er niet vanaf. De volgende ochtend kan je er met een tuinslang overheen. Over het bloed. Dat kan. Dan is het weg. Dan bestaat het niet meer. Is niet geweest. Denk je. Wat je ziet, krijg je nooit meer weg.

Het kwartier is voorbij. Geen foto’s gemaakt, geen verrekijker gebruikt. Toch maar geen snapchat. Dit is te. Ook voor de toeristen is dit te.

Advertenties

2 thoughts on “Vier leguanen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s