E la bai Hulanda bira mariku

img_6766

 “Mama, ik moet met je praten”

2 jaar geleden is Jurick naar Nederland vertrokken om te studeren. Zijn ouders hoopten bij zijn vertrek dat hij het allerhoogste en allerbeste zou halen en het gezicht van de familie zou zijn. Hij studeert aan de Universiteit.

“ Tata, ik moet met je praten”

Jurick keek er naar uit om zijn vleugels te spreiden. Nederland zou voor hem het land van vrijheid zijn, een plek waar hij eindelijk zichzelf kon zijn. Zijn universitaire studie afronden was een van zijn doelen maar het genieten van het leven was ook belangrijk. Vrijheid.

“Papa, mama, mi tin un kos di bisa bosnan.”

Moeder kijkt zenuwachtig en zegt: “Kan het niet op een ander moment? Ik ben net aan het koken voor je vader. Juricks moeder wist eigenlijk al wat haar zoon te vertellen had. Ze wilde het gewoon niet horen.  Ze had al wat roddels gehoord. Iemand had enige tijd geleden voor de grap gezegd: “Lientje, bo yu a bai Hulanda bira mariku.” Ze zag het al toen de schuifdeuren van de ontvangsthal open gingen. De manier waarop hij liep, hoe hij uit zijn ogen keek en zijn kleding.

“Nee, het kan niet wachten, ik wacht al mijn hele leven om dit tegen jullie te zeggen en nu durf ik het eindelijk”. Pap, mam, ik ben homo.” Zonder een woord te zeggen, staat vader op en loopt de deur uit. Moeder vraagt “Ta Hulanda a hasi bo asina? Bo no tabata asina.”

img_6768

Niet veel later komt vader thuis. Hij heeft de pastoor meegenomen. Volgenshem is dit een spoedgeval want zijn zoon is bezeten of ziek. Hij is naar Nederland gegaan en boze geesten hebben hem homo gemaakt.

“Tata, mama, pastoor, ik moet met jullie praten.”

Niemand luistert. Er moet gebeden worden, want alleen God kan deze ziekte genezen, want homoseksualiteit is een ziekte.  Het gebed lijkt oneindig.

“Amen. Amen.”

“Ik ben altijd zo geweest!”

Het is 2017 en nog altijd is homoseksualiteit een taboe. Ouders denken maar al te graag dat hun zoon of dochter naar Nederland is gegaan en door het vrije leven daar homoseksueel is geworden. Soms verbaas ik me over de vele vooroordelen die er zijn binnen onze gemeenschap over homoseksualiteit.  “Homoseksualiteit is niet van onze cultuur” roept men regelmatig. Ik denk dan “serio, bo no por ta serio”? Weet je wel het verschil tussen cultuur en geaardheid?

Mannen denken vaak dat homoseksuelen op alle mannen vallen. Broeders, don’t flatter yourself! Een homoseksuele man valt niet per definitie op alles wat een penis heeft net zoals jij niet op alle vrouwen valt. Ook denkt men vaak dat lesbiennes mannelijke vrouwen zijn en homoseksuele mannen altijd vrouwelijk. Iedereen kent de domme vraag wel “Ken ta e homber, ken ta e muhe”? Ik krijg plaats vervangende schaamte als ik dit soort uitspraken hoor. Ik vraag me dan af of ik echt de enige ben die de vraag erg dom vind.

Er zijn ouders die denken dat als ze hun kind in en een kamer opsluiten en gedurende een paar dagen een flinke pak slaag geven, dat de ‘homoseksuele fase’ wel zal verdwijnen. I got news for you: “homoseksualiteit verdwijnt niet”. Het maakt niet uit hoeveel pastoors of hasidó di brua je meeneemt, of hoe vaak je tot God bidt; het is niet te genezen. Het is namelijk geen ziekte, want ook deze gedachte speelt bij velen. Please stop met zeggen dat God homoseksualiteit niet accepteert en bespaar iedereen de hele Bijbelteksten. Wat weet jij nou over wat God wel of niet denkt? Mi a kere ku Dios ta stima tur hende!

Waarom is ‘Mariku’ een woord dat zo makkelijk over de tongen rolt? Voelt niemand aan dat het woord niet lekker ligt?  Is het niet tijd dat wij als als gemeenschap mensen minder gaan labelen als ‘e gai pretu’, ‘e muhé gordo’ of ‘e mariku’.

Misschien wordt het tijd dat in de opvoeding ook met kinderen over homoseksualiteit gepraat wordt. Dat ouders hun zoons en dochters op het hart drukken dat het oké is om te zijn wie je bent. Door te praten over homoseksualiteit maak je je zoon/dochter niet gay. Je geeft vertrouwen en ruimte voor vragen en acceptatie. Daarnaast wordt het kind klaar gemaakt voor de grote boze wereld. De grote boze wereld waar jij deelgenoot van bent.

img_6767

 

 

 

Advertenties

Bo ta un hipokrita?

Mane bo por a ripara tin un topiko ku tin Facebook ariba abou e siman aki.

E topiko ta: HIPOKRESIA!
Hende ta hipokrita.
Hende tin miedu di kambio, asina tantu miedu ku nan ta resisti kambio.
I pa kolmo kambio ku no ta afekta nan bida.

Laga mi splika!

Un “hipo” ta sali trabou 5or di atardi.
E ta yama su kasa bis’e ku e ta yega kas un tiki mas lat paso tin un reunion urgente ku ta bai tarda te sigur 7or di anochi.
E “hipo” ta drenta su outo 5or bai topa su byside.
Tur hende rondo di e “hipo” sa loke ta pasando pero niun no ta bisa su kasa.
Paso e no ta afekta nan bida, e no ta kai bou di nan.
Pero hey, adulterio ta oke?
Nos norma i balor nan ta safe?

E “hipo” ta bai misa tur djadumingu.
Fo’i ora e baha fo’i outo e la huzga un
E la wak un mener kara punta paso e mener a sinta kaminda semper e ta sinta.
E la bira bisa su kasa ku pastor parse un shishi.
E la wak ku su bisiña a tira 1 florin so den baki di kolekta i pensa ku e ta pichiri.
E “hipo” a kai na rudia resa. E “hipo” ta sali misa kontentu i sigui komete pika, paso otro siman e ta bolbe wòrdu “pordona”.

Nos norma i balor nan ta
Un pregunta mi tin.
E ta kai bou di bo?
Si e hende muhe ei ke stima un hende muhe of e hende hòmber ei ke stima un hende hòmber, e ta kai bou di ABO?

Ta abo e ta sunchi? Of abo ta haña gana di sunchi e? E ta hinkando man den bo pòtmoni? E ta hari kubo den bo kara i despues flirt ku bo kasa? E ta mishi ku bo yu chiki ora e ta na skol? E ta daña kalidat di bo enseñansa?

Loke e hende ei ta hasi den su kas, e ta afekta bo norma i balornan?|
Kompronde mi bon! Sera bo kurpa den kas!
Tin hende tur kaminda tòg? Nos mester di otro hende pa tur kos tòg?

Awel…

No kue bus mas, paso tin hende gay ta kore bus!
No bai supermarket mas, paso tin hende gay ta sea preis, paketa of kobra bo!
No bai dòkter mas, paso hende gay lo por skapa bo bida.
No manda bo yu skol mas, paso tin hende gay ta eduk’e i yud’e desaroya su mes.
No bai karnaval mas, paso hende gay su gosamentu lo stroba bo di gosa.
No bai misa mas, paso hende gay ta resa pidi pordon pa su pika nan (meskos ku abo).
No bai den kaya mas, paso hende gay su kumpramentu di kos lo stroba di bo.
No bai laman mas, paso hende gay ta landa den mesun awa kubo.
No biaha mas, un hende gay ta sirbibu of un pilot gay ta hibabu bo destinashon safe.
No hasi nèt nèt nada mas, sinta den kas (tin chèns ku ta un hende gay a diseña bo sofa).
No wak televishon, no tende radio, no usa bo telefòn, no lesa korant/buki.

Bo sa dikon?

Hende gay ta presenta notisia, hende gay ta skibi buki, hende gay ta aktua, hende gay a yuda programa bo telefon.
No hasi nèt nèt nada.
Sinta i pensa dikon loke un otro ta hasi den su kas, ta afekta abo.

Bo no tin nodi bisa niun otro hende nada.

Djis puntra bo mes: MI TA UN HIPOKRITA?
Kiko ta bo kontesta?

Un tip: Uza bo beibel TUR ora, of no uz’e!

Guestblogger Denise Fernando

27-09-2017

Bron foto: facebook Curacao pride

Trots en eigenheid

De afgelopen jaren heb ik me als ondernemer bezig gehouden met de re-integratie van mensen zonder werk. Van de deelnemers aan deze trajecten was misschien wel de helft geboren op Curaçao of had een vader en/of moeder uit Curaçao.

Een opvallend en ongewenst aantal. Sommigen heb ik kunnen helpen, veel ook niet. De opeenstapeling van problemen was simpelweg niet op te lossen. Je moet dan denken aan huisvestingsproblemen (geen huis of een te klein huis met te veel inwoners), gebrek aan opleiding, gebrekkige taalbeheersing van het Nederlands, hoge schulden, detentie-achtergrond, fysieke en mentale problemen. Als werkgever en opleider kon ik slechts helpen bij een deel van deze problemen. Veel mensen zitten in een vrijwel uitzichtloze positie; zonder hulp komen ze er zelf niet meer uit. En deze hulp wordt in Nederland niet geboden, op zijn minst volstrekt onvoldoende.

Ik heb op allerlei manieren getracht bij de Nederlandse overheid voet aan de grond te krijgen om deze problemen structureel op te lossen, maar heb weinig respons mogen ontvangen. De overheid in Nederland is een stroperig apparaat waar daadwerkelijke en authentieke aandacht voor de problemen van Curaçao-enaren ver te zoeken is. Een gefundeerde aanpak van deze problematiek hoeft men niet te verwachten van Nederland.

We moeten dit probleem bij de wortel aanpakken. De oplossing ligt in Curaçao. Nog voor deze problemen zich in Nederland manifesteren moeten we ingrijpen. Ten eerste omdat vroege interventies beter werken, ten tweede omdat Nederland zich niet als eigenaar ziet van dit probleem. Het wordt afgeschoven op Curaçao: ‘zij brengen hun problemen naar Nederland’. Dat is de gemiddelde mening in Nederland. Curaçao is formeel een deel van Nederland maar op het moment dat er problemen moeten worden opgelost, ineens niet meer.

In Curaçao kunnen we dit veel beter oplossen. Er moet gewerkt worden aan een eigen onderwijssysteem bijvoorbeeld. Ik miste in veel van mijn medewerkers kennis van en trots voor de eigen afkomst. Men leert op school in Curaçao niet over bekende Curaçao-enaren zoals Brion, Tula, Maduro en Frank Martinus Arion. Men leert over de successen van de Tachtigjarige Oorlog, 9000 kilometer verderop. Hooguit kent men wat bekende sporters van het eiland, maar dat komt door de televisie. In Curaçao leer je alles van Nederland kennen, maar van je eigen eiland leer je nauwelijks iets. Dat geeft niet alleen een gebrek aan trots, dat levert tevens een misplaatst beeld van Nederland op.

Het onderwijspakket op Curaçao is vergelijkbaar met het pakket in bijvoorbeeld Stadskanaal in Groningen. En dat is natuurlijk raar. Het geeft het gevoel aan Curaçao-enaren dat ze deel uitmaken van de Nederlandse samenleving, die hen eigenlijk helemaal niet ziet als deelgenoot in die samenleving en het ontkent tevens de eigenheid van Curaçao en haar inwoners.

Curaçao moet zijn eigen koers gaan varen. Deel zijn van de Caribische wereld en zich focussen op succes in de regio. Curaçao moet gaan investeren in het eigen onderwijs en mag daarbij financiële middelen/investeringen eisen van Nederland, simpelweg omdat Nederland mee profiteert. Maak duidelijk dat dit uiteindelijk kosten scheelt in Nederland zelf. Dat is namelijk altijd de gemiddelde motivatie van een land als Nederland: meer winst, minder kosten. Maak daar gebruik van.

In Curaçao moeten de allerkleinsten al op de basisschool leren over het eiland zelf, over succesvolle Curaçao-enaren en over de Caribische regio en haar geschiedenis.

Het onderwijssysteem mag niet meer afkomstig zijn van Nederland. De belangen van Nederland en Curaçao zijn nu eenmaal niet dezelfde. Curaçao moet aan “Nation-building” doen, de trots en de kennis over de eigen regio en het eigen land vergroten. Weg met die focus op Nederland! Die is geheel niet wederzijds.

Blog van Maarten ter Linde

Bron foto: Antilliaans dagblad

Bon Siman! Komienso nobo!

Bon siman! Un deseo bunita ku ta kompaña e kumindamentu na komienso di un siman nobo. Tin hende ta duna i tuma e ‘Bon Siman’ ku grasia. Meskos tin otro ku nan kara largu no ta ni kontestá te pa nan deseá niun hende un ‘Bon Siman’ bèk.

Bon siman! Un kustumber bunita ku nos konosé den nos kultura. For di tempu di nos wela bin ariba, semper nos ta duna otro ‘Bon Siman’ na kuminsamentu di un siman nobo. E diskushon di ku ta djaluna of ta djadumingu tin ku hasi’é, nos ta lagé pa 8 dia.

Manera semper, medionan sosial no ta keda atras, i nos ta usa e kanalnan aki tambe pa deseá otro ‘Bon Siman’. Algun hende ta preferá di ekspresá nan disgusto pa e siman nobo.  Ami semper ta risibí esaki komo un bendishon, un deseo di kurason for di e persona ku bisa mi i un deseo sinsero na esun ku ami bisa. Mi ta mira e ‘Bon Siman’ komo un komienso nobo, un chèns pa hasi’é atrobe. Si!, un chèns pa drecha tur kos ku por a bai mènos bon.

Skirbiendo e artíkulo aki, mi ta reflekshoná riba e bunitesa i importansia di un siman nobo. No solamente e siman, pero e dia ku ta marka un komienso, ku kada bes di nobo hopi di nos tin suerte i oportunidat pa disfrutá di dje. Un siman nobo ta yena mi ku speransa, ku alegria i speransa, pasó mi sa ku mi tin 1 chèns mas pa hasi loke a bai mènos bon, di nobo. Esaki ta un regalo ku Dios ta duna nos asina tantu bia tras di otro i den un forma strukturá. Ironia ta ku nos no ta para ketu na esaki ni apresiá e regalo bunita aki. Ken lo no ta kontentu si tur dia di e por hasi’e atrobe? Koregí un fayo, pidi despensa, duna un palabra di sosten, stima di nobo, pordoná, seka lagrimanan, drecha bo kurpa i sali  bèk ku un smail riba bo kara!

Esta bon mi ta sintimi ora ku e inspirashon aki a yega serka mi. Pará den mi bentana, disfrutando di e bientu fresku di mainta trempan, disfrutando di e dia nobo i mas ainda sabiendo ku mi por kompartí esaki ku boso.

Esta dichoso nos ta! Esta un regalo bunita! Kuminsando awe, tur dia yama danki pa e dia nobo i sali kara na laira pa hasi’é mihó ku ayera!

Guestblog di Nayseline Jamanica

GEEN WERK = GEEN GELD = CRIMINALITEIT

Een paar dagen geleden weer 3 doden van nog niet eens 30 jaar oud. Hartverscheurend! Elke week weer raak. Wanneer houdt het op? Wanneer gaat de regering dit probleem bij de kern aanpakken?

Ik hoorde het nieuws vanochtend en het eerste wat ik tegen mijn moeder zei was: “Laga mi rumannan akinan na Hulanda. No tin nada pa nan na Korsou.” Gek genoeg de realiteit pero dikon mester ta asina?

Ik zeg dit al jaren: de regering houdt criminaliteit op Curaçao in stand. Geen mogelijkheden voor werk staat gelijk aan veel criminaliteit. Hangjongeren (gai nan ku ta sinta bou di palu) die manieren gaan zoeken om aan geld te komen of simpelweg uit verveling. Ze hebben geen positieve voorbeeldfunctie. Ouders zijn langdurig werkloos/of hebben stress door het ontbreken van een ondersteunende partner. Dat laatste is iets waar de regering geen of weinig invloed op heeft, maar waar de regering wel een ‘zorgplicht’ heeft.

Er zijn genoeg jongeren die willen werken, maar geen werk vinden. Ze worden nergens aangenomen. Werk zorgt voor inkomen en financiële onafhankelijkheid. Het houdt ze van de straat, zorgt voor structuur, sociale contacten en status. Daarnaast biedt het ook een kans om vaardigheden te ontwikkelen. Wanneer neemt overheid verantwoordelijkheid voor het scheppen van banen?

De overheid kan op verschillende manieren werkgelegenheid creëren. Er wordt heel veel geïmporteerd. Seriously why? Kunnen we niet onze eigen groenten en/of fruit planten.  Het is niet nodig dat het uit Panama (IK ROEP MAAR WAT!) vandaan moet komen. Meer banen, minder import. Is dat een oplossing?

Ex-gedetineerden komen weer terug in de maatschappij maar als er geen werk voor ze is, komen ze binnen no time weer in de gevangenis terecht. Vicieuze cirkel. Zij moeten allereerst ondersteund worden bij het vinden van werk, maar vooral ook bij het behouden van werk. Biedt dat tussenkomst voor de

Bedrijven hebben liever geen ex-gedetineerden op de werkvloer, maar is het niet zo dat iedereen een tweede kans verdient. Waarom wordt dat niet gestimuleerd door de overheid? Geef bedrijven die in ex-gedetineerden een subsidie. Vanzelfsprekend krijg je te horen dat er sprake is van geldgebrek. Ik geloof er niks van! Leen het desnoods van Nederland. Dit is toch geen leven. Investeren in je mensen en op lange termijn zal dat lonen. Trust and believe. Samenwerking met andere eilanden zou eventueel een tussenkomst zijn.

Makkelijker gezegd dan gedaan en uiteraard zit er meer achter, maar we moeten ergens beginnen. Je moet ervoor zorgen dat mensen die niet werken, toch weer aan het werk gaan. Ik heb niet alle antwoorden, maar ik weet wel dat er iets moet gaan gebeuren. I am just sick and tired of seeing my people kill or getting killed over BULLSHIT.

Zoveel vragen, weinig tot geen antwoorden.

Guestblog van Shacsine Scorea

Tijdreizen op Curaçao

Curaçao is een druk eiland met alle kenmerken van een moderne samenleving. Maar het is tevens één van de beste plekken om in het verleden te duiken. Het mooie van Curaçao namelijk is dat het soms lijkt alsof de tijd er langzamer gaat.Het zit ‘m in kleine dingen. Het gaat om de beleving van tijd en het omgaan met het verleden.Neem bijvoorbeeld het huis van Ganchi en Fefe waar mijn schoonmoeder is opgegroeid enwaar mijn vrouw is geboren. Dit huis ademt geschiedenis. Ganchi en Fefe waren de overgrootouders van mijn vrouw. Ganchi was een mooie dame en verdiende de kost met hetmaken en verkopen van zoetigheden als Ko’i letchi, Letter en gerechten als Mondongo. Fefe was schoolbuschauffeur, iedereen kende hem en de bus stond stond ‘s avonds gewoon voor de deur op het erf.
Bij binnenkomst vallen je de meubels op die daar zeker 60 jaar staan, nog in de plastic hoezen; ze lijken haast nieuw maar zijn gedateerd. Je ziet bij wijze van spreken Fefe na een dag op de bus, neerzijgen op zo’n stoel terwijl Ganchi in de keuken bezig is met haar handel. De kinderen speelden in de grote Amerikaanse bus, een geweldig apparaat als je klein bent.
Overal hangen vergeelde foto’s van familieleden in zwart-wit en ze geven je het gevoel dat hier alles heel oud is. En dat is het ook. Er is gewoon niet veel veranderd. Ik loop in een museum en voor iemand met interesse in geschiedenis is dit een paradijs. Een tijdreis die gevoed wordt door de verhalen die me erbij worden verteld. Over feesten die er werden gegeven op het bijbehorende terras, dat erbij ligt alsof er sinds de aanleg nooit meer iets aan is veranderd, of er gisteren nog met de familie is gegeten en gedronken, gelachen en gediscussieerd. Alsof ik er de ochtend erna op zit en de geluiden van muziek en vele stemmen nog hoor. Over de kleine kamer in het huis waar mijn huidige vrouw als baby en peuter samen met haar ouders leefde. Alles staat er nog zoals het er toen stond. Het ledikant, een bureautje en een houten stoel. Ze kan zo naar buiten komen rennen, ware het niet dat ze naast me zit en inmiddels mijn mooie vrouw is. Of over het houten bij-huis waar mijn schoonmoeder is opgegroeid en waar zij en haar broers en zussen zij aan zij op de grond sliepen vanwege het gebrek aan voldoende bedden voor iedereen. Iedere keer als er gezinsuitbreiding kwam werd er doorgeschoven.
Foto Hanneke Leenders
Foto: Hanneke Leenders
Het houten huis dat inmiddels behoorlijk vervallen is, maar er nog wél staat. Al zeker 50 jaar! Zelfs de blaffende hond lijkt zo uit het verleden gelopen, grijs om de bek en inmiddels stram in de gewrichten. Ik maak al die verhalen mee alsof het gisteren was, omdat het zo gedetailleerd is onthouden en wordt naverteld en ik de daadwerkelijke plek waar dit alles plaatsvond ook echt kan zien, voelen en meemaken.
Geschiedenis is in Curaçao veel voelbaarder dan in Nederland. Simpelweg omdat in Nederland alles wordt vervangen door nieuw. Je herkent daardoor niets meer en met de vervanging van dingen als gebouwen en interieurs voor modern en nieuw, het verplaatsen van oude foto’s van de muur naar de (digitale) opslag en de focus op wat gaat komen en vergeten wat er was, is het verleden verloren gegaan.Het lijkt erop dat in Curaçao meer waarde wordt gehecht aan historie. Er wordt niet zomaar weggegooid. En soms is de oorzaak daarvan helemaal niet zo romantisch als ik hier beschrijf maar gelegen in een gebrek aan mogelijkheden: er wordt bewaard omdat men niet bij machte is om te vernieuwen. Soms echter, krijg ik het gevoel dat men in Curaçao meer waarde hecht aan vroeger, de mensen die toen leefden en de dingen die men meemaakte. Zo kon Selly, die in mijn bedrijf werkte, prachtig verhalen over haar grootvader die visser was. Bij terugkomst van de zee mocht ze altijd haar kleine handjes ophouden en, zoals opa zei, alles wat er in paste mocht ze houden. De traktatie bestond dan bijvoorbeeld uit kleine garnaaltjes en karko. Selly ging er altijd goed voor zitten als ze ging vertellen en stak een
grote sigaar aan. Ze nam haar tijd voor dit verleden. Als ik nu in Boca Sami kom waar haar geboortehuis nog steeds staat en er zelfs een oude verrotte vissersboot op het strand ligt, zie ik haar bijna rennen naar de kustlijn om opa te begroeten en de handjes volgestopt te krijgen.Wat de reden ook is, de omgang op Curaçao met het verleden maakt tijdreizen mogelijk. Je kunt op Curaçao ver terug in de tijd en niet alleen in Willemstad dat één groot Unesco-Werelderfgoed is. Die historie zit ‘m in de bevolking zelf die zich realiseert dat het in de voetsporen loopt van hen die voor gingen. Die dat respecteert en het verleden net zo belangrijk vindt als de toekomst. Curaçao is daardoor een mix van oud en nieuw, het is één groot contrast. Het ene moment winkel je in Sambil voorzien van alle moderne gemak en vervolgens zit je op een antieke stoel te luisteren naar verhalen uit de oude doos. Verhalen die misschien opgeschreven moeten worden omdat de vergankelijkheid der dingen ze ons anders doen vergeten.

Guestblog van Maarten Ter Linde

13 Reasons you should..?

 

Si bo ta lesando i bo tin planiá pa bai studia afo, ataki 13 pregunta ku ta relevante pa bo situashon. Tene bon na mente, ku e kontesta ku bo duna riba e preguntanan aki ta un simpel indikashon pa bo mes, di kon kla abó ta pa tuma e stap aki. Kòrda tambe ku no ta tur kontesta a pisa meskos den bo makutu di desishon, ya ku tur hende su priorida ta otro, pues no spanta…

Let’s get right into it..

Ultimo simannan ta masha tantu potrèt mes tabata skeiru riba feisbuk, ku quotenan mane “I made it” i “On to a new chapter”. Pero ba para ketu i puntra bo mes: Mi ta kla pa laga tur kos atras? Paso dia 29 di yüli awo, ora e buelo ku destinashon pa Hulanda ei sali, “no hay vuelta atrás”. Despues ku ba sinta yora 1 ora largu den avion, a sobrabu 8 ora pa bo pensa  Kiko mi ke bira, kiko mi tei studia, mi tin un plan B? Mi por maginami ku awor bo ta bisa, “Pero ma kies un studie kaba!”. Ba kies e studie ei paso abo ke hasie, òf ta bo mayornan a impone esei riba bo?

13_Reasons_Why_Ep_5

Otro kos ku bo ta mira masha hopi ta studiantenan ku ta bin hulanda djis pa skapa di mayor, i tin ta bin asta pa sigui “e amor di nan bida” (esei nan te kere). No bin hulanda ku esei den mente i si bo ta bin simplemente p’e echo ku bo gai/chick ta biba akinan para ketu i puntra bo mes Mi  prioridat nan ta strét? Ku e libertat ku b’a haña akinan bo ta hañ’e chèns pa hasi bo mes eskohonan, kies algu paso bo sa e.o. kiko ta e bentaha i desbentahanan. Of akaso bo ta basa bo desishon riba esun di otro? Si bo mira bo amiga/amigu bula foi brug bo tambe ta bula?

Situashonnan ku lo bo hañabu ku ne aki n’e  “tera friu” lo ponebu hasi bo mes preguntanan manera Kon mi ta hasi konfia, Mi ta kla pa dil ku soledat, Mi ta kla pa kai, lanta i sigui lucha/bringa?. Un kos ku mi a siña den e 3 añanan ku mi tin biba aki na Hulanda ta, ku sea konsiente of inkonsientemente bo lo kambia i krese komo hende, pues Bo ta kla pa kambia?

No laga niun hende deskurashabu i korda bo mes tur dia di nobo ki bo meta ta. Djis purba na no perde bo kabes akinan, mirando ku Hulanda ta mas liberal ku Kòrsou riba algun tereno, paso akinan no tin mama, papa, tanchi of tio pa bisabu kiko ta bon òfno, pues Bo ta kla pa ta bo mes mayor?

20170725_165506

Bo a disidí di bin studia Hulanda, saka lo maksimo for di bo tempu akinan. Konose bo mes, ekspande e bista ku bo ta wak mundu ku n’e i inverti den bo mes. No unikamente door di bai skol ku e meta pa haal un diploma, pero hasi tur kos ku e futuro ‘abo’ lo por benefisia di dje. Si ta un kurso bo ke sigui na banda di skol, hasi’e! Si ta stazje bo ke kore na Fransia, hasi’e!
E pregunta di mas importante ta, Bo sa ken bo ta?. Si bo sa ken bo ta, kiko bo ta para p’e,  i kiko bo ke logra den bida, lo yudabu logra tur kos ku bo propone bo mes, aki na Hulanda, paso for di dia 30 di yüli awo, T’aki bo ta BEBA..

 

20170725_165434

Guestblog di Christopher Fernando